Aimé en Gijs fietsen door de Verenigde staten. Ze zijn gestart in Miami en hopen te eindigen in San Frasisco. Op hun
website doet Gijs verslag van hun belevenissen. De verslagen zijn heel leuk om te lezen.
Hier volgt het vierde verslag:
Na het laatste bericht zijn we een paar dagen in St. Augustine gebleven, een oorspronkelijk Spaanse nederzetting. In het jaar 1565 waren de Spanjaarden de eerste Europeanen die hier voet aan wal zetten en St. Augustine stichtten, en in 1965 vierden ze hier het 400-jarig bestaan. Als je door St. Augustine loopt dan lijkt het of je door Spanje loopt. Een oud centrum met veel historische gebouwtjes en een prachtig universiteitsgebouw (Flagler College, voor degenen die een foto willen opzoeken), en heel veel Spaans geratel om je heen op straat. Een vrij mediterrane sfeer, zeker als de zon op je bolletje brandt, en dat deed ie! Schattige winkeltjes, leuke restaurantjes en wuivende palmen. Ja de USA is een land met heel veel kanten.
St. Augustine is dus door Spanjaarden gesticht, en de bezetting van Florida was een feit. Ze noemden hun nieuwe land " La Florida " naar een Spaans bloemenfeest, en La Florida betekent zoiets als " met veel bloemen ". Nadat de Fransen ter ore was gekomen dat het hier goed toeven was, zonden ook zij een vloot, om St. Caroline te stichten. De Spanjaarden waren hier minder enthousiast over en in een daverende zeeslag verpulverden ze de Fransen, die met de staart tussen de benen weer vertrokken. Van de oorpsronkelijke bewoners overigens - mannen en vrouwen van een indianenstam die hier al sinds 3000 voor Christus hun leven leidden - was de laatste intussen natuurlijk allang dood en begraven, ten onder gegaan door allerlei importziektes, en met pijl en boog begonnen deze natuurmensen natuurlijk ook weinig tegen het Europees kanonnen- en geweervuur. In 1819 klopten de inmiddels gevestigde United States maar eens op de deur bij Spanje: of het niet eens tijd werd La Florida aan de USA te geven? De Spanjaarden, wel goed maar niet gek, zagen ook toen al in dat vechten tegen de USA geen bezigheid is die je al te lang volhoud doorgaans, en kozen eieren voor hun geld. Gevolg is dat Florida nu in feite half Spaans is, in Miami bijvoorbeeld kun je nauwelijks met Engels terecht, alleen in grote hotels, maar op straat de weg vragen in het Engels is er niet bij.
Nadat we een dagje onder de hete zon door St. Augustine hadden geslenterd werden we 's avonds op de camping uitgenodigd door een Amerikaans echtpaar om in hun camper het avondeten te genieten wat bestond uit gefrituurde garnalen, patat en salade. Klinkt lekker Amerikaans, en dat was het ook. Onder het vredig snorren van de airco (ja airco in de camper) werd, gewoon aan een eettafel en gewone stoelen lekker gesmuld door ons vieren. Je kunt je natuurlijk afvragen, heeft zo'n camper nog iets met kamperen te maken, en het antwoord is duidelijk: nee, helemaal niets. Het is gewoon een rijdend huis op wielen, met meer luxe dan sommigen in hun huis hebben, compleet toegeruste keuken met magnetron, oven, een luxe badkamer, airco, meerdere tv's enz. Na het eten slenterden we weer terug naar ons, na dit "kampeer"geweld wat karig aandoende onderkomen van een Hilleberg tent.
Helaas heb ik die avond mijn bril laten liggen in het sanitairblok (bij het tandenpoetsen). Je denkt dan: dat ding komt wel weer boven water maar helaas, dat kwam ie niet. Wat moet een ander met jouw bril? Een raadsel. Weinig andere keus dus dan om de volgende dag naar de Pearl (ja ook hier) te gaan. Van wachten houden Amerikanen niet, dus het was naar binnen lopen, montuurtje uitzoeken, welke sterktes heeft u nodig? Die en die, ok, momentje, en daar is de nieuwe bril al klaar, even de op voorraad liggende glaasjes passend gemaakt voor het montuur, klaar. Verder nog vragen? Nee, dank u. Wilt u nog een bril zonder dat dat iets kost? Ja graag, mooi hier heeft u een tweede, twee voor de prijs van 1. En na een klein uurtje sta je weer buiten, met 2 nieuwe brillen. Ik zou zeggen tegen Pearl in Nederland: even in de leer bij de Amerikanen graag. In Nederland moest ik 3 weken wachten op mijn bril en kreeg vervolgens een bril met verkeerde glazen.
Goed, zaterdag had ik dus 1 bril, zondag nul, en nu 2, zodat ik er nog eens op 1 kan gaan staan bijvoorbeeld, iets dat zomaar kan gebeuren bij kamperen.
Het internetcafe waar Aimée en ik zitten is een verhaal apart, het is een hal met allemaal schermen waarop je ofwel kan gokken ofwel kan internetten. Een mix is ook mogelijk: je koopt internettijd, en als die op is kan je via gokspelletjes internettijd winnen, inmiddels heb ik 9 uur internettijd gewonnen, wat ik natuurlijk in geen honderd jaar op krijg. Aimee was iets minder fortuinlijk, en aangezien we allebei een pc-tje wilden hebben ging zij internettijd bijkopen, terwijl ik erin zwem. Een beetje absurd, maar ik won pas nadat zij had bijgekocht, vandaar. Een rare omgeving: wij zijn twee toeristen die internetten, de rest van de clientele zijn Amerikaanse bejaarden, gemiddelde leeftijd 109, en je hoort voortdurend geblieb en gepiep van allerlei duffe gokspelletjes, een beetje zoals op de kermis. Ook roepen ze dingen tegen hun scherm als : " Oh yes, oh give it to me baby! ", een uitspraak die mij persoonlijk aan een wat andere context doet denken, met jonger publiek ook. Verder krijg je gratis cola, of koffie of wat je wil, en als je zoals ik tijd wint op de virtuele gokkast kost het niets, sterker nog ik ga dadelijk mijn gewonnen internettijd weer laten uitbetalen, zodat internetten hier geen geld kost, maar oplevert!! Rare jongens die Amerikanen, ze geven je cola, koffie, een heerlijke fauteuil en gratis internettijd en toch zijn ze superblij als ze je binnen zien komen en willen ze weten hoe het met je gaat.
Afgelopen nacht (18 op 19 feb) is Noord Florida geteisterd door een noodweer dat zijn weerga niet kende. Wij gingen gewoon op tijd slapen, omdat we moe waren na een dag fietsen en een driedubbele hamburger met friet. Om 1 uur schrokken we wakker: het ging nu wel erg hard regenen. En bliksemen en onweren. Het bleek slechts een opmaat tot een allesverwoestend onweer. Rond 2 uur 's nachts bliksemde het aan 1 stuk door, je kon een boek lezen in de tent bij het licht van bliksemflitsen. De donder was zo knetterhard dat je het in je borst voelde. De regen werd in grote gordijnen tegen de tent gesmeten. Het geluid van het water op de tent was zo hard dat Aimée en ik, hoewel we uiteraard pal naast elkaar lagen, tegen elkaar moesten schreeuwen om elkaar te verstaan. Voortdurend werden onze gesprekjes onderbroken door nog hardere donderknallen. De regen werd als een zweep over de tent gelegd, die ook hevig begon te schudden door de keiharde windstoten. De tent zwiepte heen en weer, en buiten hoorde je het water om de tent kolken. Gelukkig had ik hem extra stevig vastgezet ivm het onstabiele weer. Maar op een gegeven moment begon ik me toch ernstig zorgen te maken, er zijn immers grenzen aan wat een tent, ook al is het een Hillebergje, aankan.
" Moeten we een geul graven ? " vroeg Aimée.
Ik schreeuwde terug: " Heb jij je schep bij je? ". De animo om naar buiten te gaan, om daar met de blote handen een afwatering te gaan graven om 3 uur in de nacht was begrijpelijkerwijs niet al te hoog, bovendien zou je na minder dan 2 seconden drijfnat zijn en waarschijnlijk ook weggewaaid. Ik dacht: zolang we in de tent liggen, waait ie niet weg, het is toch geen hurricane-season? Of heb ik me nou vergist? Dat we straks met tent en al door het zwerk vliegen, zoals Suske en Wiske in het nummer " Het Vliegende Bed " (aanrader). Maar nee, we bleven gewoon op de grond.
Langzaam maar zeker, nam na 2 uur de regen, bliksem en donder een klein beetje af. Het waren 2 angstige uurtjes. Op een gegeven moment zaten er pauzes tussen de bliksemflitsen, en ook de regen werd wat minder. Meer dan een beetje naar het plafond van je tentje staren en hopen dat alles het houdt kun je niet, en het tentje heeft het gehouden, wat een godswonder genoemd mag worden. Vooraf had ik mijn geld er niet op gezet.
De volgende ochtend werd de schade duidelijk: rivieren op de camping, omgewaaide bomen, onze fietsen waren weggewaaid, maar lagen nog redelijk dichtbij. Mensen bij onze tent: " Wow, that was scary last night!!! " zei een oude man. Nou dat was het zeker, mensen dachten dat we compleet weggespoeld waren en door bliksems getroffen, dus was er enige verbazing toen wij rustig zaten te ontbijten in de zon, want die scheen inmiddels weer, alsof er niets gebeurd was. Je moet natuurlijk vooraf wel opletten waar je je tentje neerzet, en dit keer was de inschatting kennelijk goed.
We hebben inmiddels meer dan 1900 km gefietst, en toch fietsen we nog in hetzelfde land, sterker nog, we fietsen nog steeds in dezelfde staat, namelijk Florida. Het geeft een idee van de krankzinnige afstanden hier. Afgelopen voorjaar fietsten we van de Middellandse Zee in Zuid Frankrijk terug naar Maastricht, en dat was een fietsroute van 1500 km, maar dan ben je inmiddels wel 4 landen door, en nu nog steeds in dezelfde staat.
Afgelopen week hebben we voor het eerst wildgekampeerd, aan een prachtig meer. 's Ochtends ontbijt aan het door dennebossen omzoomde rimpelloze meer. Verder was er niemand. Toen het zonnetje opkwam zaten we aan de rand van het meer koffie te drinken, het waren plaatjes die zo in de Bever Zwerfsport gids geplaatst kunnen worden.
Behalve heel veel fijne campings hebben we ook de slechtse camping ooit met een bezoek mogen vereren. Later bleek dat in onze route stond dat deze camping : " niet geschikt was voor fietsers ". Maar ja, als je zoals wij de erratakaartjes pas achteraf leest, dan weet je dat dus pas als je er al bent geweest. Ik zou de omschrijving trouwens willen wijzigen: de camping is niet geschikt voor " welk levend wezen dan ook" . De dame bij de receptie (zwarte dame, gouden tanden) had al gezegd: "Het is hier bepaald geen Holiday Inn". Eh, nee. In de hokken die als sanitair dienden (ik dacht eerst dat het een oud varkenshok was ofzo) hing een briefje in de douche: " Niet spugen. Of iets anders doen in de douche". Dat moet te denken geven als je je clientele expliciet moet gaan vragen om niet de douche onder te rochelen. Maar als je er verder ook niets mag doen, wat heeft het ding dan nog voor nut??. Op de camping zelf louter geestelijk gestoorden en oorlogsinvaliden. Een oude vietnam-veteraan kwam een praatje maken, en hij bleek nog 1 van de normaalsten. Een zielige oude man die al 8 jaar in een klotecaravan woonde. Hij was gewond geraakt in de Vietnam-oorlog en rotte nu weg op deze camping. Het gesprek liep als volgt:
Vietnamveteraan: Hey, waar komen jullie vandaan?
Gijs: Uit Holland
V: Oh, ik uit Florida. Ik ben een Vietnam veteraan maar dat wist je al denk ik?
G: Eh, nee, hoe zou ik dat moeten weten?
V: Door de vlag die aan mijn caravan hangt.
G: O, sorry, zo thuis ben ik nog niet in de oorlogsvlaggen, dat ik dat zou weten.
V: Nou, dat is dus die van Vietnam-veteranen.
G: Duidelijk.
V: Ik ben gewond geraakt in die klote-oorlog en sindsdien invalide, met een klein uitkerinkje.
G: Dat is erg voor u zeg.
V: De VS steekt altijd zijn grote neus in andermans zaken, met al die klote-oorlogen.
G: Ehm, ja, ze zijn nogal bemoeierig soms ja.
V: Waarom die klote-oorlogen in Irak, Afghanistan, al die jongens, wat levert het op? Geen ene fuck behalve een hoop ellende.
G: Ik ben bang dat u gelijk heeft meneer.
V: Ik hoop dat Obama al die klote-oorlogen gaat stoppen, ik ben blij dat die lul van een Bush weg is.
G: U heeft Obama gestemd begrijp ik?
V: Hell yeah. Die Bush deed niks anders als miljarden uitgeven en oorlogen starten. Of denken jullie dat er in dit land verder niets te doen is??
G: Ik heb de indruk dat er nog wel wat nuttigs te doen is met die centen ja.
V: Ja, ik ook. Goed, ik wens jullie een fijne reis en het allerbeste.
G: Ik hoop hetzelfde voor u meneer.
De rest van de mensen op deze camping was knettergek. Er kwam een neger langs die ons een kar boodschappen probeerde te verkopen. Macaroni enzo. Alsof je dat niet zelf zou kunnen kopen in 1 van de honderden winkels die je tegenkomt. Dus ik zeg: we hebben alles al. Maar hij bleef maar zeuren. Dus ik zeg maar eens extra hard: WE HEBBEN JE SPULLEN NIET NODIG". Toen reed ie beledigd weg met zijn karretje.
De meeste Amerikanen die we spreken zijn erg Obama-fan. Ze smeken ons bijna soms: please, judge our nation by the people you meet, not by our government. Goed, dat zullen we doen, en nog steeds zijn de Amerikanen het meest behulpzame, en meest vriendelijke volk dat wij ooit ontmoet hebben. Afgelopen week: wij zetten ons tentje op, zitten er net, komt er een gezellig dikke man aan die het volgende zegt: o, het wordt koud vannacht, hier hebben jullie een zak chocoladekoekjes, dat zullen jullie lekker vinden, ze zijn vanmiddag vers gebakken. En weg was ie weer, ons verbaasd achterlatend met een zak chocolade-pinda koekjes....By the way: ze waren lekker. Dit soort dingen gebeuren je hier heel veel. Ik zou er nog veel meer over kunnen vertellen, maar ik hou het hier even bij.
O, voor de route-fans: we zijn sinds bericht 3 gefietst van St. Augustine naar Marianna, beide in Florida. Vanochtend voor het eerst "grits" gegeten, een lokale ontbijtspecial in Zuid VS. Een soort graanpap, erg voedzaam, perfect voor de fietser.
See ya!